De kracht van het bekende
Marcel Orie
De film Sin City (2005) was ongelooflijk raak.
Ieder plaatje omgezet tot filmshot. De acteurs lijken op de getekende personages.
Het karakteristieke heroic noir-
Het is onweerlegbaar een getrouwe adaptatie.
Ik ben een groot liefhebber van het werk van Frank Miller.
Waarom voel ik me toch opgelicht?
Omdat het zo ongelooflijk dubbelop is.
Waarom zou ik de dvd opzetten, wanneer ik voor dezelfde ervaring evengoed de comic kan openslaan. Bewegende beelden? De tekeningen van Miller bedriegen het oog en suggereren dynamiek en snelheid. Een lekkere soundtrack en een groter publiek zijn volgens mij de enige eigenschappen die de filmversie heeft en de stripversie ontbeert.
Wat is de toegevoegde waarde?
De volgende verfilming van een Miller-
Voor het aankomende Sin City 2 beloven regisseurs Robert Rodriguez en Frank Miller beterschap; tenminste één segment van de film zal uit een nieuw verhaal rond Nancy Callahan bestaan. Ongetwijfeld verschijnt de comic tegelijkertijd met de film, maar goed, dan kan ik tenminste naar de bioscoop om iets te gaan bekijken dat ik niet al eerder gezien heb.
En let wel: dit zijn getrouwe en geslaagde adaptaties!
Er zijn voorbeelden genoeg te noemen van slechte verfilmingen. Het zwaarst getroffen lijkt het werk van Alan Moore. De verbitterde vendetta die Moore voert tegen Hollywood wordt begrijpelijker wanneer we zien hoe zijn bronmateriaal gemangeld wordt tijdens de adaptatie naar een versie op celluloid.
Wanneer Moore op de proppen komt met From Hell, een uitdagende en intelligente strip
over de Ripper-
Constantine was een waardeloos prul. V for Vendetta was misschien geen slechte film, maar desondanks hopeloos inferieur aan het eigenaardige origineel.
Grootste schoffering blijft natuurlijk de filmversie van League of Extraordinary Gentlemen.
De intelligente stripversie werd ontdaan van alle scherpe kantjes en charme, beladen
met een warrig plot en knullige special-
Zoals Roelof verderop schrijft: de cirkel is hiermee zo’n beetje rond. Cirkel? Eigenlijk meer een neerwaartse spiraal van degradatie, want van al dat uitmelken komt niets goeds.
Tot nu toe is Moore’s meesterwerk Watchmen een dergelijk schrijnend lot bespaard gebleven, maar Zack Snyder – ja, die van het abominabele 300 – komt volgend jaar toch echt met een filmversie op de proppen. Snyder belooft trouw – ja, misschien zelfs slaafs – het bronmateriaal te zullen volgen, qua situering in tijd en plaats, toon en visuele aankleding. Al het materiaal is inmiddels geschoten. En de eerste foto’s (http://rss.warnerbros.com/watchmen/) op het internet zien er heel getrouw uit… en stiekem word ik toch weer een beetje enthousiast.
Hoe komt het toch dat ik steeds weer naar de bioscoop trek om dergelijke films te gaan bekijken?
Al die superhelden!
Natuurlijk: Tobey Maguire is een perfecte Spiderman en Kirsten Dunst een goeie MJ. Hugh Jackman met bakkebaarden en sigaar is een heel aardige Wolverine. Halle Berry als Catwoman… snik…
Maar waarom een filmversie die niets toevoegt aan wat ik al honderden keren beter in de strips gezien heb?
Zelfs een uiterst vermakelijke film als Hellboy, overduidelijk met liefde en durf
gemaakt, stelt uiteindelijk misschien toch teleur. Natuurlijk, regisseur Del Toro
durft af te wijken van de comics alwaar dat een betere film oplevert. (De psychische
krachten van Abe Sapien, de liefde tussen Hellboy en Liz Sherman.) Daarnaast begrijpt
hij dat hij het duivelsjong op moet voeren als een vuurrode, onthoornde ruwe-
Waarom is deze genietbare versie van Hellboy dan toch teleurstellend? Omdat films als El Espinazo del Diablo (2001) en El Laberinto del Fauno (2006) laten zien dat de regisseur nog zoveel beter kan.
Eén van de weinige aantrekkelijke stripverfilmingen die ik kan bedenken is Ghost in the Shell. De stijlvolle thriller van Mamoru Oshii volgt ruwweg dezelfde verhaallijn als de oorspronkelijke manga van Masamune Shirow, maar daar houden de overeenkomsten dan ook op. De manga richt zich meer op humor en slapstick, is beladen met uitvoerige voetnoten en is hier en daar doorspekt met wat lichte erotiek. De anime is veel stijlvoller en serieuzer van toon, alles draait om de sf.
Regisseur Oshii zet prominent zijn handtekening onder zijn werk (in de vorm van de basset hound die in al zijn films opduikt). De plaats van handeling wordt voor de films van Oshii verplaatst van het (fictieve) Japanse Newport naar Hong Kong. De inhoudelijke verschillen zijn levensgroot: Shirows grappenmaker Batou wordt bij Oshii een zwijgzame peinzer.
Motoko Kusanagi, Batou en de andere agenten van Section 9 worden een soort van shared world personages waarmee de kunstenaars hun eigen preoccupaties kunnen najagen.
De divergentie die ingezet werd met Ghost in the Shell, werd benadrukt in de verschillende
opvolgers. De manga Ghost in the Shell 2: Man/ Machine Interface (2002) van Shirow
en de anime Ghost in the Shell 2: Innocence (2004) van Oshii hebben nauwelijks nog
iets met elkaar van doen. (Niet dat het GitS-
Maar in het geval van de verschillende versies van GitS 1 en 2: dit zijn nu eindelijk eens zinnige adaptaties! Een filmmaker die het basismateriaal neemt en daarmee zijn eigen creatie maakt. Het resultaat: twee kunstwerken die naast elkaar kunnen bestaan, zonder elkaar te overschaduwen of te hinderen.
Nu Watchmen nog…
[Home] [HSF-
Alle inhoud (c) 2009 Holland SF & individuele schrijvers. Nadruk verboden.
Holland SF en Wonderwaan zijn NCSF publicaties
Holland SF-
Holland SF -
sciencefiction
-